Het vierde kind. Geboren als meisje, met geboorterecht.
Over 56 jaar leven, mijn Chinese wortels en de ontdekking dat mijn plek als vrouw nooit verdiend had hoeven worden.
Vandaag vier ik mijn 56e verjaardag.
Op 23 september 1970 werd in Utrecht het vierde kind geboren in een Chinees gezin. De derde dochter. Een meisje.
Voor wie zich afvraagt of ik geadopteerd ben, nee hoor. Gewoon geboren in Utrecht, uit Chinese ouders. Een Hollandse in een Chinees jasje, zoals ik mezelf graag noem. 😉
En dat Chinese jasje heeft een grotere rol gespeeld in mijn leven dan ik lange tijd heb begrepen.
Want twee dagen voor mijn verjaardag ontdekte ik iets wat mijn hele levensverhaal in een ander licht heeft gezet.
Het gaat niet over mijn bestaansrecht.
Het gaat over mijn geboorterecht.
Een klein verschil in woorden, maar voor mij een wereld van verschil in betekenis.
Geboren als meisje
In de traditionele Chinese cultuur waarin mijn ouders zijn opgegroeid, had een zoon een andere positie dan een dochter.
Een zoon zette de familienaam voort, droeg verantwoordelijkheid voor de familielijn en werd geacht later voor zijn ouders te zorgen. Een dochter zou na haar huwelijk onderdeel worden van de familie van haar man.
De geboorte van een meisje had daardoor niet vanzelfsprekend dezelfde betekenis als de geboorte van een jongen.
Natuurlijk geldt dat niet voor ieder Chinees gezin en is er door de generaties heen veel veranderd. Maar culturele overtuigingen verdwijnen niet automatisch wanneer je naar een ander land verhuist.
Ze reizen gewoon mee in de koffer.
En zo werd in Utrecht een derde dochter geboren, binnen een gezin waarvan de wortels in Hongkong lagen.
Dat meisje heeft jarenlang geprobeerd haar plek te vinden.
Niet omdat ze wist dat ze daarnaar op zoek was, maar omdat een kind nog niet begrijpt waarom het zich soms niet gezien, gehoord of volledig welkom voelt.
Een kind past zich aan, leert de omgeving lezen en ontdekt welk gedrag wel of niet gewenst is.
En wanneer dat lang genoeg duurt, kan het gaan geloven dat het zelf iets moet veranderen om de verbinding met anderen te behouden.
Mijn enige recht is het aanrecht
Er is iets bijzonders aan mijn ontdekking.
Nooit heb ik het gevoel gehad dat ik liever als jongen geboren had willen worden. Integendeel. Ik voel me bevoorrecht dat ik als mooie vrouw op deze wereld ben gekomen en ben blij met mijn vrouwelijkheid.
Maar ergens diep vanbinnen heeft zich een overtuiging genesteld dat ik als vrouw mijn plek moet verdienen.
Door te pleasen, te verzorgen, begrip te tonen en rekening te houden met de behoeften van anderen. Alsof mijn waarde als vrouw afhankelijk is van wat ik voor anderen kan betekenen.
Mijn ex-man zei vroeger weleens voor de grap: "Jouw enige recht is het aanrecht."
Destijds kon ik daar misschien om lachen, maar vandaag begrijp ik dat er achter zo'n uitspraak een wereld aan overtuigingen schuilgaat.
De vrouw die zorgt, het gezin draaiende houdt en haar eigen behoeften opzijzet wanneer anderen iets van haar nodig hebben.
Wat gebeurt er met een meisje wanneer ze opgroeit met de impliciete boodschap dat haar waarde vooral ligt in wat ze voor anderen betekent?
Dan kan ze een volwassen vrouw worden die ontzettend veel kan dragen, maar nauwelijks merkt hoeveel ze van zichzelf weggeeft.
En dat is precies wat ik nu begin te begrijpen.
Mijn geboorterecht is niet het recht om anderen te dienen. Het is het recht om als mezelf geboren te zijn, zonder dat ik mijn waarde als vrouw hoef te verdienen.
Wanneer een ander het moeilijk heeft met mij
Onder die overtuiging ontdekte ik nog iets wat me misschien wel het meest heeft geraakt.
Wanneer een ander het moeilijk heeft met mij, voel ik dat ik mijn plek moet afstaan.
Niet omdat iemand dat letterlijk tegen mij zegt, maar omdat ik blijkbaar heb geleerd dat mijn aanwezigheid afhankelijk kan zijn van hoe comfortabel een ander zich bij mij voelt.
Wanneer iemand boos wordt, zich ongemakkelijk voelt of moeite heeft met mijn aanwezigheid, ga ik bijna automatisch zoeken naar een oplossing.
Hoe kan ik de rust terugbrengen? Wat kan ik doen om de ander tegemoet te komen? Wat moet er veranderen zodat we weer verder kunnen?
En voordat ik het weet, ben ik niet meer bezig met wat ik zelf voel of nodig heb, maar met het herstellen van de ruimte voor de ander.
Soms door begrip te tonen, soms door verantwoordelijkheid over te nemen en soms door mezelf letterlijk terug te trekken.
Alsof er maar ruimte is voor één persoon en ik degene ben die plaats moet maken wanneer een ander het moeilijk heeft.
Maar waarom eigenlijk?
Waarom zou het ongemak van een ander betekenen dat mijn plek niet langer vanzelfsprekend is?
Natuurlijk mag ik naar mijn eigen aandeel kijken en verantwoordelijkheid nemen wanneer dat nodig is. Maar ik hoef niet bij iedere spanning te verdwijnen om de rust voor een ander te herstellen.
De ander mag het moeilijk hebben met mij, zonder dat ik daardoor mijn plek hoef af te staan.
Dat patroon kan zich ongemerkt herhalen in relaties, vriendschappen en families. Je blijft zorgen, aanpassen en begrip tonen, totdat je op een dag ontdekt dat iedereen zijn plek heeft behouden, behalve jijzelf.
En misschien is dat wel de belangrijkste ontdekking van mijn 56e verjaardag.
Ik hoef niet langer te strijden voor een plek die ik nooit had hoeven afstaan.
Geboorterecht en bestaansrecht zijn niet hetzelfde
Mijn geboorterecht begon op de dag waarop ik ter wereld kwam.
Als meisje, als derde dochter en als vierde kind.
Wat mijn ouders op dat moment voelden, welke verwachtingen er waren of welke betekenis mijn komst binnen het gezin kreeg, verandert niets aan mijn oorspronkelijke plek.
Mijn bestaansrecht gaat voor mij over de ervaring dat ik er mag zijn. Dat ik ruimte mag innemen, behoeften mag hebben en emoties mag voelen zonder bang te hoeven zijn dat ik daardoor de verbinding met anderen verlies.
Wanneer je als kind onvoldoende ervaart dat je welkom bent zoals je bent, kun je later onbewust op zoek blijven naar die bevestiging.
Door succesvol te worden, voor anderen te zorgen, conflicten op te lossen of steeds opnieuw te bewijzen dat je ertoe doet.
Alsof je op een dag genoeg hebt gedaan om eindelijk volledig welkom te zijn.
Maar je kunt niet verdienen wat nooit verdiend had hoeven worden.
Mijn geboorte was geen sollicitatie naar een plek binnen het gezin.
Die plek was er vanaf het moment dat ik geboren werd.
Mijn moeder en ik
Afgelopen juli overleed mijn moeder.
Haar overlijden bracht een bijzondere beweging in mijn leven. Er kwam verdriet, maar ook rust en een gevoel van bevrijding.
Mijn moeder had haar eigen geschiedenis. Ze kwam uit een andere cultuur, sprak een andere taal en had haar eigen ervaringen die haar gevormd hebben.
Er zijn dingen die ik inmiddels beter begrijp, zonder dat ik alles hoef goed te praten. En er zijn dingen die ik misschien nooit volledig zal begrijpen.
Dat hoeft ook niet meer.
Ik hoef niet langer te wachten tot mijn moeder mij alsnog kan geven wat ik als kind nodig had.
Zij heeft mij het leven gegeven en ik mag dat leven nu volledig van mij laten zijn.
Met alles wat daarbij hoort. Mijn Chinese wortels, mijn Nederlandse opvoeding, mijn eigen karakter en mijn eigen keuzes.
Ik ben haar vierde kind, maar ik ben ook Lai.
Van overleven naar mijn eigen plek innemen
In mijn werk zie ik hoeveel mensen onbewust blijven strijden voor een plek die ze als kind niet vanzelfsprekend hebben ervaren.
De een probeert onmisbaar te worden op het werk. De ander blijft zorgen voor familieleden die nauwelijks belangstelling tonen voor zijn of haar behoeften. Weer iemand anders blijft in een relatie vechten om eindelijk gezien te worden.
En vaak wordt dat gedrag beloond.
Wat ben jij toch sterk. Wat kun jij veel dragen. Wat ben jij toch een doorzetter.
Maar niemand vraagt hoeveel energie het kost om voortdurend sterk te moeten zijn.
Soms is die kracht geen uiting van innerlijke veiligheid, maar een manier om overeind te blijven.
Dat is ook waarom ik in mijn werk zoveel aandacht besteed aan eigenwaarde, zelfwaardering en zelfrespect.
Wanneer je jezelf leert waarderen zonder voortdurend afhankelijk te zijn van de bevestiging van anderen, ontstaat er ruimte voor emotionele veiligheid.
Je hoeft jezelf niet langer te bewijzen om verbonden te mogen blijven en je kunt voelen wanneer iets niet goed voor je is en daar vervolgens naar handelen.
Niet vanuit boosheid of strijd, maar vanuit zelfrespect.
Thuiskomen bij mezelf
Deze verjaardag voelt anders dan alle voorgaande jaren.
Het afgelopen jaar heb ik afscheid genomen van mensen, verwachtingen en toekomstbeelden waarvan ik dacht dat ze bij mijn leven zouden blijven horen.
Sommige verliezen waren verdrietig, andere brachten rust. En soms liepen verdriet en bevrijding zo door elkaar dat ik zelf even niet meer wist welk gevoel voorrang moest krijgen.
Maar ergens tussen al die gebeurtenissen ben ik dichter bij mezelf gekomen.
Als kind verlangde ik naar een plek waar ik veilig was. Als volwassen vrouw zocht ik naar verbindingen waarin ik volledig mezelf kon zijn.
Vandaag begrijp ik dat thuiskomen niet betekent dat iedereen mij alsnog moet erkennen, begrijpen of verwelkomen.
Thuiskomen betekent dat ik mijn eigen plek niet langer ter discussie stel.
Wanneer iemand het moeilijk heeft met mij, mag diegene dat voelen. We kunnen erover praten, elkaar proberen te begrijpen en onderzoeken wat er nodig is.
Maar ik hoef niet langer degene te zijn die verdwijnt.
Mijn plek is niet de oplossing voor het ongemak van een ander.
Mijn geboorterecht vertelt waar mijn leven begon. Mijn bestaansrecht herinnert mij eraan dat ik er mag zijn. Mijn naam hoort bij mijn eigen identiteit en als volwassen vrouw mag ik zelf bepalen hoe ik mijn leven verder vormgeef.
Ik hoef geen andere dochter te worden, niet alsnog aan de verwachtingen van anderen te voldoen en al helemaal geen zoon te zijn om mijn plek binnen mijn eigen geschiedenis te mogen innemen.
Vandaag, 56 jaar later, vier ik niet alleen mijn verjaardag.
Ik vier het meisje dat geboren werd en de vrouw die steeds beter begrijpt dat haar oorspronkelijke plek nooit verloren is gegaan.
En dat aanrecht?
Daar blijf ik met liefde achter staan wanneer ik zin heb om iets lekkers te koken. Maar niet omdat iemand anders vindt dat daar mijn plek is.
Na 56 jaar mag ik toch zeker zelf bepalen waar ik ga staan.
En vooral wanneer ik lekker ga zitten. 😉
Gefeliciteerd, Lai. Je bent thuis. ❤️